Onbelast schenken bij aangaan huwelijkse voorwaarden 

In zijn besluit van 29 maart 2018 heeft de staatssecretaris aangegeven in welke situaties het aangaan van een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden niet leidt tot heffing van schenkbelasting. Wanneer een vermogensverschuiving tussen partners, waarbij de een verarmt en de ander verrijkt, definitief is, kan er sprake zijn van een onderlinge schenking. Een schenking tussen partners is immers mogelijk en belast worden met schenkbelasting. De belastingdienst stelt zich overeenkomstig het genoemde besluit op het standpunt dat indien bij huwelijk of bij huwelijkse voorwaarden een ontstane breukdelengemeenschap ertoe leidt dat meer dan 50% wordt uitgedeeld aan de ‘armere’ echtgenoot, sprake is van een belaste schenking.


De werking van het huwelijksgoederenregime werkt indirect door in de omvang van het vermogen dat gehuwde of geregistreerde partners persoonlijk toekomt en daarmee iemands nalatenschap. Het is dan ook te begrijpen dat gezocht wordt naar mogelijkheden om via het huwelijksgoederenregime de ander, al dan niet de verwachte langstlevende, onbelast vermogen toe te schuiven. Zo ook in het volgende geval waar de rechtbank recent uitspraak heeft gedaan.


De zaak ziet op een echtpaar dat in 2015 trouwt in wettelijke gemeenschap van goederen en op 19 oktober 2017 alsnog huwelijkse voorwaarden aangaat. Daarin komen zij overeen dat de vrouw gerechtigd is tot 90% van de schulden en de goederen van de gemeenschap en de man tot 10%. Nog geen drie maanden later overlijdt de man. 
De belastingdienst ziet echter in de vermogensverschuiving van 50-50% naar 90-10% bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een belaste schenking. Hierbij haalt de belastingdienst alle mogelijke middelen uit de kast. Het mag echter niet baten, de rechtbank is van mening dat (overduidelijke) vermogensverschuiving via het huwelijksvermogensrecht niet als een schenking is aan te merken. Daarmee legt de rechtbank het beleid van de staatssecretaris onverbloemd naast zich neer. De belastingdienst zal naar verwachting tot onze hoogste rechter gaan aanvechten.


Voor de praktijk betekent dit dat de discussies over de fiscale grenzen van vermogensverschuiving tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap zullen toenemen en de onduidelijkheid op dit punt zullen toenemen. Des te belangrijker wordt het bij het aangaan van een huwelijk of aangaan of wijziging van huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden, vooraf stil te staan bij de mogelijke fiscale gevolgen, specifiek voor de schenk- en /of erfbelasting.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan contact op met onze fiscalisten.